23 juni 2025

De Kriemelberg een sprookje ?!

Het verhaal van de familie Terpstra...

Diep verscholen in de Veluwse bossen, waar de dansende bomen hun geurige takken uitstrekken en de heide paars kleurt, ligt Kriemelberg Bushcamp. Dit jaar viert de camping haar 75-jarig jubileum en dat is geen toeval. Want al decennia lang is er één familie die elk jaar trouw terugkeert: de familie Terpstra. Maar de Terpstra’ s zijn anders dan andere campinggasten. Ze dragen namelijk een bijzonder geheim met zich mee...

De Terpstra's staan bekend als een bijzonder innemende familie. Er straalt een serene rust van hen af, een diepe verbondenheid die zich uit in hun zachte stemmen en de liefdevolle blikken die ze elkaar toewerpen. Je ziet het aan de manier waarop vader Maarten en moeder Elise hun kinderen, de veertienjarige Fien en de twaalfjarige Tom, behandelen: met een onvoorwaardelijke tederheid en respect die verder gaat dan alleen ouderlijke liefde. Ze lijken een diepere wijsheid te bezitten, een stil begrip van de wereld om hen heen. Dit is wat de andere campinggasten zo bewonderen en onderling bespreken bij het kampvuur, maar eigenlijk nooit helemaal kunnen doorgronden.

Wat niemand weet, is dat de Terpstra's de taal van het bos spreken. Niet de taal van woorden, maar de taal van de wind door de bladeren, het kraken van takjes onder een dierenpoot, het roepen van een uil in de verte. Het is een speciale gave, een fluisterend contact met alle bosdieren, een uitzonderlijke oer-eigenschap die doorwerking heeft in alles wie ze zijn. Deze geheime familietaal wordt al 75 jaar, generatie op generatie, doorgegeven tijdens de vakanties op Kriemelberg Bushcamp.

Op een zonnige zomerochtend besluiten vader en moeder dat de tijd rijp is voor hun kinderen. "Fien, Tom" zegt Maarten met een twinkeling in zijn ogen, "vandaag gaan we op een bijzonder avontuur. We gaan jullie iets laten beleven, iets magisch!..." De kinderen, gewend aan de mysteries die hun ouders vaak omringen, kijken elkaar nieuwsgierig aan en gaan gelijk in de startblokken staan.

Maarten en Elise, avontuurlijk bepakt met een goed gevulde rugzak, leiden hun kinderen diep het bos in, over kronkelende paden, langs dansende bomen en door dichte varens. De zon gefilterd door het bladerdak en twinkelend over de bosgrond. "Zo mooi, wat is het bos toch mooi..." spreekt moeder uit, nog altijd zo verwonderd als haar eerste bosbeleving.

Na wat leek op een eindeloze wandeling, staan ze plotseling stil voor een gigantische, oeroude eik begroeid met dicht groen. Maarten loopt naar de boom en opent het groen als een gordijn en er ontluikt een donkere opening. Vader wenkt Fien en Tom om door deze spannende opening de boom binnen te treden. Vol verwondering en vertrouwen doen ze dat. De stam is hol en erg ruim ook, er groeien mossen en varens weelderig. Waterdruppels overal om hun heen die twinkelen als honderden kleine diamanten, zo bijzonder dat ze er stil van worden. "Kijk", zegt vader Maarten, "zien jullie daar achterin iets bijzonders?". "Ja inderdaad" zegt Tom "een soort van waterval, en hij lijkt licht te geven?!"

"Hier," zegt moeder Elise zacht, wijzend naar de waterval, "hier hebben papa en mama ondergestaan, opa en oma en hun voorouders ook en nu is het jullie beurt!" Fien en Tom kijken elkaar verschrikt aan. "Moeten we daaronder staan?" vraagt Tom, terwijl Fien haar neus ophaalt. "Maar het is koud en hoezo eigenlijk?" Maarten en Elise lachen liefdevol. "Ik weet dat het gek klinkt," zegt Maarten, "maar vertrouw ons, je zult er geen spijt van krijgen. Het is een geschenk jongens, geen straf."

Met enige aarzeling, maar gerustgesteld door de blikken van hun ouders, stappen Fien en Tom onder de lichtgevende waterstroom. Het is ijskoud, maar ineens voelen ze een warme tinteling door hun aderen stromen, alsof duizend kleine sterretjes ontwaken in hun ziel. Toen ze eronder vandaan kwamen, schudden ze het water van zich af. Een oerenergie stroomde door hun heen en hun ogen straalden van verwondering. Maarten en Elise leiden de sprakeloos geworden kinderen de holle boom uit en toen gebeurde het…

Een merel fladdert langs, landend op een tak vlakbij. "Kwetter, kwetter!" klinkt het. Maar voor Fien en Tom is het niet zomaar kwetteren. Ze horen een heldere stem, alsof de merel rechtstreeks in hun gedachten spreekt: "Goedemorgen, lieve kinderen! De wormen zijn vandaag heerlijk dik na de regen!" Fien en Tom kijken elkaar met grote ogen aan, een glimlach verschijnt op hun gezicht. Ze verstaan de merel! En niet alleen de merel. Het zachte geritsel in de bladeren bleek een gesprek te zijn tussen een eekhoorn en een muis over de beste verstopplekken voor noten. Het diepe gebrom van een bij verstonden ze als een vrolijk lied over nectar.

Vanaf die dag veranderde hun wereld. Ze werden meer en meer één met de natuur om hun heen. Gingen iedere dag op avontuur met de bosdieren. Ze leerden van de wijze uil over de geheimen van de nacht, van de speelse vossen over verborgen paadjes en veilige schuilplaatsen, en van de ijverige mieren over de ingewikkelde structuren van het bosleven. De dieren deelden hun kennis over de geneeskracht van planten, de tekenen van het weer, en de delicate balans van de natuur. De kinderen leerden hoe alles met elkaar verbonden is, hoe de mens, lang geleden, zich had afgescheiden van deze diepe verbinding en hoeveel wijsheid er verloren is gegaan.

Ze begrepen nu waarom hun ouders zo anders waren, waarom die diepe, zieldiepe verbinding zo tastbaar is. Het is de echo van hun voorouders, die al 75 jaar lang, generatie op generatie, de fluisterende geheimen van Kriemelberg Bushcamp met zich meedragen. En terwijl de zon onderging boven de camping, en de geur van dennennaalden zich vermengde met die van smeulende kampvuren, wisten Fien en Tom dat hun eigen bijzondere avontuur nog maar net begonnen was. Hun geheim was veilig, bewaard in het hart van de natuur, en gekoesterd door de bijzondere familie Terpstra.

Wauw… Op naar morgen, op naar een volgend avontuur op Kriemelberg Bushcamp!